Tractoren kwamen op aan het eind van de negentiende eeuw. Ze werden toen door stoommachines aangedreven. In het begin van de twintigste eeuw werd overgeschakeld op verbrandingsmotoren; in Europa doorgaans op dieselmotoren en in Noord-Amerika ook veel op benzinemotoren, waarvan vele ook geschikt zijn om op kerosine te rijden. Kerosine heeft een veel hogere ontstekingstemperatuur dan benzine. Daardoor kunnen deze soort tractoren, als de motor koud is, alleen maar gestart worden op benzine. Men mag pas op petroleum overschakelen als de motor op temperatuur is. Wil men de tractor uitzetten, dan moet weer vroegtijdig overgeschakeld worden op benzine, om later weer te kunnen starten met een koude motor
Maak jouw eigen website met JouwWeb